Openbare Basisschool de Cocon   -   't Hooft 1   -   4791 KB Klundert   -   Tel: 0168-403779

Actueel

De weken na Pinksteren staat "De Familie" centraal.
Alle kleuters mogen foto's meebrengen van het gezin waarin ze opgroeien.
We gaan met elkaar praten over deze foto's en ook waarom familie zo belangrijk is.
Ook de ontwikkeling van een kind staat centraal zoals: baby..dreumes...peuter
kleuter...schoolkind...puber...enz.

In de wei!

In de lente worden er veel jonge dieren geboren.
Heb je al lammetjes zien huppelen in de wei?
Ze vinden het heerlijk buiten en spelen graag met elkaar. 
Lammetjes zijn zwart of wit, en soms gevlekt.
Een moederschaap krijgt meestal twee lammetjes, maar er wordt soms ook wel een drieling geboren. Het lijkt of lammetjes de hele dag dartelen en springen.Toch blijven
ze nog dicht in de buurt van hun moeder. Als ze dorst hebben, knielen ze op het gras om melk bij haar te drinken. Pas wanneer ze groter worden, eten ze af en toe zelf wat 
gras. En als het moederschaap niet genoeg melk heeft, voedt de boer het kleintje met de fles. Als het lammetje een half jaar oud is noemen we het een schaap. Aan de vacht
kun je goed zien dat het een jong schaap is. Want die is nog niet zo dik en lekker zacht.

 

 

 

 

De Verteltafel in onze kleuterklas!



Werken met de verteltafel bevordert de mondelinge taalvaardigheid en beginnende geletterdheid. Als kinderen handelend omgaan met de materialen die in het verhaal voorkomen, leren ze spelenderwijs nieuwe woorden en nieuwe zinnen.
De themawoorden worden vervolgens meer en meer van hen zelf en actief gebruikt
in hun spel. Ook binnen het interactieve taalonderwijs past de verteltafel prima.
Wanneer kinderen een verhaal aan de verteltafel naspelen, is taal functioneel.
Het opzetten van de verteltafel is een sociaal proces. Ieder kind kan hier een aandeel 
in hebben, bijvoorbeeld door te bedenken wat nodig is, iets van huis mee te nemen of een attribuut te maken. De verteltafel wordt zowel in de kring als in groepjes en tweetallen gebruikt. Om een verhaal zo te vertellen dat het duidelijk is en de luisteraar geboeid blijft, moet een verteller zich aan bepaalde regels houden.

-  Een goede verteller ordent informatie op een logische manier.
-  Maakt duidelijk wat het verband is tussen de verschillende gebeurtenissen in een 
    verhaal.
-  Bij het spelen aan de verteltafel en in het vertellen bij de tekeningen worden woorden      gebruikt als: eerst, en toen, de volgende morgen, en dan.
-  Het is ook de bedoeling dat er op intonatie wordt gelet. 
    
Naast de mondelinge taalontwikkeling, de woordenschatuitbreiding en de ontwikkeling op de tussendoelen, doen de kinderen ook nog kennis op en wordt er gewerkt aan diverse vaardigheden.

 

 

 

 

Lieveheersbeestjes

 

Onze eerste ontdekkingen....



Kijk, een lieveheersbeestje.
Een insect, met zes poten.
Hun rug is vaak rood met zwarte stippen.
Het meest voorkomende lieveheersbeestje heeft zeven stippen.
Er zijn ook lieveheersbeestjes met andere kleuren.
De gekleurde rugschildjes zijn hard.
Daaronder zitten zijn vleugels.
Als het gaat zitten , verbergt het zijn vleugels onder de schildjes.
Aan zijn zes pootjes zitten klauwtjes.
Met zijn vooruitstekende kaken grijpt het lieveheersbeestje bladluizen.
Het lieveheersbeestje eet wel vijftig bladluizen per dag!
Met zijn antennes tast het de grond af en vindt het bladluizen en andere kleine beestjes.
In de lente paren man en vrouw lieveheersbeest om nieuwe lieveheersbeestjes te maken.
Het vrouwtje legt haar eieren op een blad vol luizen.
Na zeven dagen komen de larven uit en eten direct de bladluizen op.
De larven groeien snel en gaan dan aan een blad hangen.
Na acht dagen zijn ze veranderd in een lieveheersbeestje.
Een geel lieveheersbeestje kruipt uit zijn cocon. Na enkele uren wordt het rood met
zwarte stippen. 's Winters verschuilen de lieveheersbeestjes zich onder boomschors.
ze slapen dicht tegen elkaar.



 

 

 

Gedurende de activiteitencyclus KRIEBELBEESTJES! zijn de kinderen uit de klas al heel veel te weten gekomen over verschillende beestjes. Om al deze informatie vast te leggen maak ik, samen met de kleuters, een overzicht. Het schema bestaat uit 6 kolommen:
1. plaatje van het beestje
2. beginletter van het beestje
3. naam van het beestje
4. hoeveel pootjes
5. waar woont het beestje
6. wat eet het beestje

Voor elk beestje dat in de cyclus aan bod is gekomen, vullen we deze kolommen in.
De kleuters vertellen hoe het beestje eruit ziet, zodat ik weet hoe ik het moet tekenen.
Wanneer de kleuters iets niet meer zeker weten, kijkens ze het nog eens na. Zo wordt
de kunstlibel er nog eens bijgenomen om te tellen hoeveel pootjes hij heeft. Het zijn er zes!

 

Carnaval is weer voorbij maar wij zijn nog steeds heel blij!

Maandag 26 febr. mogen de kleuters de Maandsluiting weer verzorgen.
Alle ouders, opa's en oma's zijn van harte welkom om 14.30 uur- 15.00 uur.
Heel graag de mobieltjes op STIL zetten en niet tussendoor babbelen want het is
heel spannend om op te treden voor echt publiek. Het hele programma ligt al klaar en er hoeft alleen nog maar wat geoefend te worden en dan gaat het helemaal goedkomen.

Deze week gaan we het in de kleutergroep hebben over:

SPEURNEUS !!!

Ik laat de kleuters bewust opdrachten uitvoeren door gebruik te maken van de neus.
Ik verzamel daarvoor een aantal "reukartikelen".
Bijvoorbeeld:

*eau de cologne
*azijn
*honing
*kaas
*worst
*komkommer
*augurken
*uien
*knoflook
*zeep
*pindakaas

Ik stop deze artikelen in aparte doosjes. Eén kind krijgt een blinddoek voor.
Van één van de doosjes haal ik het deksel en het kind mag nu vertellen wat het ruikt.
Ik vraag:

Wat ruik je?
Hoe ruikt het?
Wat zou het zijn?

Ik speel dit spelletje met 4 kleuters tegelijk en iedereen komt uiteraard aan de beurt.

Nadat alle "reukartikelen"gevonden zijn, zet ik het groepje in een halve cirkel voor een nagesprek. Hierin laat ik de ervaringen vertellen en uitwisselen. Vervolgens geef ik richting aan het gesprek door vragen als:

*Welk artikel was moeilijk te vinden en waarom?
*Als je goed weet hoe dingen ruiken, vergeet je ze minder gauw;is dat zo?
*Is het belangrijk dat je goed kunt ruiken?

Door een aantal voorbeelden te geven laat ik zien dat je allerlei dingen om je heen niet alleen kent en begrijpt door te kijken(ik zie een boom), door te voelen (de bal is even groot, maar niet even zwaar),
Door te horen (een vogel) maar ook door te ruiken(bloem).

Het is van belang dat de kinderen bepaalde begrippen beheersen. Dit idee kan helpen om daarbij verder te gaan dan de koppeling tussen een afbeelding en een woord(begrip).

 Samen Neuzen!!!

 Geurpotjes verzamelen met daarbij de behorende afbeeldingen.
 De kleuters krijgen deze kaartjes met afbeeldingen of foto's.

Spelsuggesties.......

Ik zet op een tafel de 10 geurpotjes op een rij.
De kleuters hebben iedere 5 kaartjes en proberen deze bij het juiste geurpotje neer te leggen. Er moeten wel bij elk potje een aantal symboolkaartjes zijn. Wanneer alle kleuters geweest zijn, worden de kaartjes omgedraaid. In kleine groepjes kijken de kinderen, of de plaatjes bij het goede potje liggen. Ze praten er samen over, waarom de plaatjes wel of niet goed liggen.



 

Een Nieuw Jaar!

Het nieuwe jaar is voor onze kleutergroep meteen als heel goed begonnen. Er is namelijk weer een nieuwe leerling gestart.
Zijn naam is Jim en natuurlijk woont hij ook in Klundert.
Welkom lieve Jim op De Cocon! We hopen dat je een mooie, gezellige
en zeker ook leerzame tijd gaat doorbrengen op onze school.

Citotoetsen!

Ook in onze kleutergroep worden deze maand de citotoetsen afgenomen.Er is al heel goed en hard gewerkt in onze groep 
in de afgelopen periode.Natuurlijk is het wel een beetje spannend 
voor de kleuters maar ook heel leuk. Nu kunnen ze eindelijk laten zien wat ze allemaal al weten. Het gaat vast helemaal goedkomen.

 

Sinterklaasviering

 

Wat was het toch weer reuze spannend al die weken voor 5 december.

Vooraf zijn er dagelijks Sinterklaasliedjes gezongen en natuurlijk hebben we ook naar het Sinterklaasjournaal gekeken. 
Het allerleukst was toch wel dat Sinterklaas met 3 pieten in onze kleutergroep kwam. 
Over iedere kleuter wist hij wel iets te vertellen uit zijn grote boek. Er was veel aandacht en rust in de groep!

 

Wat hebben de kleuters toch hard gewerkt in de eerste weken van het nieuwe schooljaar.

Na de herfstvakantie gaan we in onze kleutergroep werken met het onderwerp: 

Bosgeheimen! 

Onder dikke lagen rode, gele en bruine bladeren schuilen grote geheimen. Verborgen in het herfstige bos wachten schatten op hun ontdekkers.
Ik ga de herfst beleven met de groep, zing het lied Bosgeheim en ik maak van de klas een natuurmuseum.

Ik open de les met het beluisteren en inoefenen van het lied Bosgeheim.
De opbouw van het lied is raadselachtig. Begrijpt iedereen wat het raadsel is?
We zetten samen op een rij welke seizoenen er zijn in een jaar en welke maanden hierbij horen. Ik daag de kleuters uit om zelf raadsels te bedenken die met de herfst en het bos te maken hebben. Ik geef nog twee voorbeelden van 
raadsels met een verschillende moeilijkheidsgraad.

Ik leef in het bos.
Ik ben groot en wollig.
Ik heb een grote neus, vier benen en een kleine staart.
Ik eet graag vis en bessen.
Wat ben ik?

Wij leven onder de grond.
Kronkelen, daar zijn we gek op.
Wij zijn geen dieren.
Wat zijn wij?

Om alle "herfstschatten" goed te kunnen herkennen en benoemen
spelen we verschillende spelletjes.

In de kring leg ik een aantal herfstmaterialen naast elkaar zoals:

Een kastanje, beukennootje, eikel en een dennenappel.
Ik wijs een kleuter aan die de ogen dicht doet en een andere kleuter mag een voorwerp weghalen. Wat is er weggenomen?

Steeds worden er wat voorwerpen naast gelegd zodat het steeds moeilijker 
voor de kinderen gaat worden. Een takje, boomschors en een herfstblad komen er nog bij.

Later leg ik ook de letters klaar die bij de voorwerpen horen: 

de k van kastanje
de b van blad
de t van takje
de d van dennenappel
de ei van eikel
de b van boomschors

Dit alles in spelvorm om de aandacht van de kleuters vast te houden en de woordenschat uit te breiden.